Februari 1968 kwam ik als
administratief medewerker in dienst van de toenmalige Provinciale
Bibliotheek Centrale Haarlem. Gedurende twee jaar maakte ik kennis met
verschillende afdelingen van het bedrijf.
De
catalogusafdeling, de reproductieafdeling en de unieke afdeling
bibliotheekreclame van Marcel Dorel. Als een van de bibliothecarissen
ziek was deed ik invaldiensten in een plaatselijke bibliotheek, ergens
in Noord-Holland. En dan waren er ook nog de bibliobus, de
zeemansbibliotheek in Amsterdam en 's
zomers de toeristenbibliotheek op camping De Lakens in Bloemendaal aan
zee.
De PBC had in die tijd net een nieuwe directeur: Dick Reumer. Later zou
hij directeur worden van het NBLC. Hij was een zeer gedreven man, een
geboren leider. Met zijn enthousiasme, zijn bourgondische hartelijkheid
wist hij iedereen voor zijn ideeën te winnen. En ideeën had hij in
overvloed.
Spaarnberg
In de loop van 1969 groeide o.a. het plan om een 'maatschappelijk documentatiecentrum' op te zetten. Dit centrum moest voorzien in actuele informatie ten dienste van uiteenlopende sociale bewegingen en actiegroepen.
Het project vond onderdak in een voormalig seminarie van de Witte Paters op het landgoed Spaarnberg (*) in Santpoort. De opzet deed denken aan een conferentieoord of volkshogeschool, met als speciale toevoeging een door de PBC beheerde documentatieafdeling. Die voorziening werd ondergebracht in de kapel van het seminarie. Daar kwamen nu tijdschriften- en boekenrekken te staan. De vroegere biechtstoelen werden gevuld met onafzienbare rijen knipselmappen.
Documentatie...
Met
enkele collega's maakte ik deel uit van het documentatieteam. Dagelijks
waren wij in de weer met het verknippen van dag- en weekbladen, het
kopiëren van artikelen, het bijhouden van trefwoorden en het vullen van
de mappen. Daarnaast waren we bezig met een tamelijk revolutionair
catalogussysteem. Beschrijvingen van verschillende media - boeken,
artikelen, diaseries, geluidsopnames etc. - kwamen op verschillend
gekleurde cataloguskaarten (ja, het waren nog de hoogtijdagen van de de
papieren
kaartcatalogus ….).
Die beschrijvingen werden aangevuld met trefwoorden van eigen makelij,
waarbij wij nog niet werden gehinderd door veel bibliotheektechnische
kennis.
Het meest opvallende was de kaartenbak zelf. Het was een zgn. paternostermodel, overgenomen van een ziekenfonds. Een kast met het formaat van een flinke piano. Daarin konden elektrisch aangedreven open kaartenbakken ronddraaien. Met een druk op de knop kon je de gewenste kaartenbak naar voren halen. Dat was nog eens wat anders dan die onhandige gestapelde kaartenkastjes! In een andere draaitrommel, afkomstig van de gemeentesecretarie van Spijkenisse, kwamen boek- en filmrecensies. De beschildering met onze eigen handafdrukken maakte duidelijk welke ludieke tijdgeest hier de toon zette.
...Of sixties gefröbel?
Het
hoogtepunt was de opening van het informatiecentrum, september 1970.
Terwijl diverse notabelen uit de bibliotheekwereld hun speeches
afstaken, zorgde ik voor een passende achtergrond met 'psychedelische'
vloeistofprojecties.
Maar ik had de bibliotheekdeskundigen ook langs onze kaartcatalogus
zien schuifelen. En ik had heel wat hoofdschudden en afkeurend gemompel
genoteerd over onze eigengereide kaartkleuren en trefwoorden. Dat had
mij wel aan het denken gezet.
Opleiding
In 1972, na een jaar vruchteloze studie andragologie, vond ik het tijd om een bibliotheekopleiding te gaan volgen. Met mijn naaste collega Gert Toonen van het Spaarnbergproject ging ik wekelijks naar Den Haag voor de basiscursus van de GO (A1/A2). Het jaar daarop volgde ik nog de documentatieopleiding aan de Frederik Muller Academie in Amsterdam.
Het bibliotheekvak was voor mij dus zeker geen snelle roeping. Eerder een trage rijping. De voortekenen waren weliswaar al vroeg aanwezig. En inderdaad, van jongs af aan was ik dikwijls met een boekje in een hoekje te vinden. Maar mijn latere leerschool bij de PBC Haarlem en vooral de geestdrift van Dick Reumer gaven de doorslag. Door de jaren heen waren ze de motor achter mijn bibliotheekcarrière.
Wonen in een bibliotheekmagazijn
Bij de PBC had ik sinds 1969 nog een andere collega, Arent Jan Dudok van Heel. Hij kwam in dienst als offsetdrukker bij de reproductieafdeling. Wij zochten in periode allebei een eigen woonruimte. Via de PBC mochten we tijdelijk onze intrek nemen in een leegstaand bibliotheekmagazijn in de Piet Mondriaanstraat in Amsterdam-West.
Dat magazijn hield niet meer in dan twee met elkaar verbonden garageboxen. Maar voor ons was het een unieke woonomgeving. De aanwezigheid van tientallen lege boekenrekken zorgde voor een uiterst hippe entourage. Een paar perzische tapijten op de grond en hier en daar een likje muurverf in stemmige sixties kleuren (paars, oranje en zeegroen) completeerden het geheel. De muren bleken trouwens zeer geschikt voor vloeistofprojecties. En tussen de rekken was plaats genoeg voor feestgangers die bleven overnachten.
In de zomer van 1970 verhuisden Arent, Gert en ik naar een flat in Haarlem. Ook weer via bemiddeling van de PBC. Tot 1974 hebben wij deze dienstwoning met elkaar gedeeld. En voor kortere of langere tijd ook met onze vriendinnen. Het was een stormachtige, soms chaotische periode. Maar in mijn herinnering zijn het nog steeds gouden jaren.
Meer:
Sonderkamp, R.F.: Op weg naar een mediatheek : verslag van de informatiedienst, september 1972. Haarlem, Stichting Federatieve provinciale bibliotheekcentrale voor Noord-Holland, 1972.
(*) Het project eindigde in 1985 met het faillissement van de Stichting Spaarnberg

