De belangrijkste opgave waar ik voor stond was het doorbreken van het isolement waarin de bibliotheek verzeild was geraakt. Allereerst moest de loop naar de bibliotheek er weer in komen. De collectie moest vernieuwd, aantrekkelijker gemaakt worden. En vooral wilde ik de mensen in de afdelingen leren kennen, zowel docenten als studenten. Wat dat laatste betreft hoefde je weinig bijzonders te doen: gewoon jezelf laten zien, en open staan voor een praatje. Qua leeftijd was ik aanvankelijk nog van dezelfde generatie als veel studenten. Maar leeftijd speelde eigenlijk geen rol. Met de meeste Ascanen kon ik het wel goed vinden.
Wat contacten betreft wilde ik mij echter niet beperken tot de schoolmuren. Daarbuiten bestonden bijvoorbeeld de grote bibliotheken van de toenmalige landelijke koepelorganisaties (o.a. de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn (NRMW), het Werkverband Integratie Jeugdwelzijnswerk Nederland (WIJN) en het Nationaal Centrum Geestelijke Volksgezondheid (NCGV). En er waren de bibliotheken van andere sociale academies. Wat hadden die allemaal te bieden?
Samenwerken
Voor
boekenaanschaf was bij mijn aantreden behoorlijk wat extra geld
beschikbaar, tot zelfs het drievoudige van het gangbare budget. Dat gaf
bij nader inzien toch wel een probleem. Het kopen van honderden nieuwe
boeken was op zichzelf een koud kunstje. De boekhandel had aanbod
genoeg. Maar de vraag was: hoe moesten al die boeken verwerkt worden?
In de Bibliotheekkommissie kwam de suggestie op tafel om hiervoor een
beroep te doen op de kersverse werkgelegenheidsplannen (ter bestrijding
van
de hoge jeugdwerkloosheid in die jaren). En dat lukte. Vele collega's
hebben langs die weg voor kortere of langere tijd een werkplek in de
bibliotheek gevonden. Zonder hun bijdrage was er van de
collectievernieuwing weinig terechtgekomen.
Naast tijdelijke collega's kwamen er regelmatig ook studenten van de
bibliotheekacademie over de vloer, voor een korte of langere stage.
Naast hun eigen leeropdracht hebben al deze studenten ook heel wat
nuttig werk verricht voor de ASCA-bibliotheek. Eén van die stagiaires,
Marjan de Regt, kwam in 1984 als collega bij de ASCA in dienst. Met
haar heb ik vele jaren plezierig samengewerkt.
Saneren
Er was niet alleen nieuwe aanschaf nodig, er moest ook duchtig worden afgeschreven. In voorgaande jaren was daar blijkbaar niet veel werk van gemaakt, de collectie was sterk verouderd. In de periode tot 1986 heb ik minstens drie grote saneringen doorgevoerd. Om zo'n saneringsactie er bij de afdelingen door te krijgen gaf ik alle ruimte voor inspraak. En als er echt geen andere bestemming mogelijk was gingen de afgeschreven exemplaren ook daadwerkelijk in de verkoop, voor fl. 1, - per stuk. Het was telkens weer verrassend om te zien hoeveel liefhebbers van jong antiquariaat er plotseling opdoken.
Historisch materiaal
Een bijzonder aspect was dat de collectie veel materiaal bevatte uit de begintijd van de ASCA. Met name nogal wat Amerikaanse vakliteratuur, o.a. boeken over social casework. Een selectie van dit materiaal heb ik door de jaren heen zorgvuldig bewaard. Afgezien van het feit dat een aantal van die publicaties tamelijk zeldzaam zijn, geeft deze literatuurselectie een aardig beeld van de ASCA in vroeger jaren. Op enkele docenten na bleken bibliotheekgebruikers echter steeds minder geïnteresseerd in de geschiedenis van het vakgebied en in de aanwezigheid van dit historische materiaal. Wel hebben een aantal studenten van de Rijksuniversiteit Groningen materiaal gebruikt voor hun scripties. Het werd steeds duidelijker dat een HBO-bibliotheek geen ruimte biedt voor een bewaarfunctie en dat voor deze 'historische collectie' een andere oplossing gezocht moest worden. Een aantal titels zijn in 2004 geschonken aan het Internationaal Informatiecentrum en Archief voor de Vrouwenbeweging, Amsterdam en het Marie Kamphuis Archief, Utrecht. Het overige materiaal is uiteindelijk overgenomen door Henk Jongman, docent methodiek bij de Academie voor Social Studies.
Catalogiseren
Een
doorlopende zorg vormde het catalogussysteem. Voor alle duidelijkheid:
de computer was dan wel in opmars, maar de ouderwetse kaartcatalogus
was nog lang niet uitgeteld. Het kostte veel tijd om een setje van 2
cataloguskaartjes uit een gewone typemachine te krijgen: 1 voor de
alfabetische catalogus, 1 voor de systematische catalogus. Voor de
alfabetische
catalogus
waren bovendien soms extra kaarten nodig.
Maar mijn grootste wens was een trefwoordencatalogus. En daarvoor moest
je nòg meer kaarten kunnen produceren. Ik experimenteerde met alle
denkbare reproductiemethodes: elektrische typemachines,
stencilmachines, vloeistofduplicators, adresplaatjes en
kopieermachines. Helaas bleken ze allemaal te bewerkelijk voor het
gewenste resultaat. De kopieermachine kwam nog het dichtst in de buurt
(4 titels op 1 vel in de gewenste oplage). Om de kaarten op het juiste
formaat te snijden moest ik uitwijken naar een bevriende
drukker. Een rasechte Groninger, die altijd klaar stond met koffie en
een mondvol mooie verhalen. Maar ondanks alle verwoede pogingen bleef
de trefwoordencatalogus een ver verwijderd ideaal.
Langs een omweg probeerde ik vervolgens het gemis op te vangen. Ik maakte een combinatie van de aangekochte documentatie (kaartsystemen) van NRMW, NCGV en WIJN (*). Met behulp daarvan kon je in elk geval artikelen en boeken op trefwoord zoeken. Daarna moest je de catalogus checken of betreffende publicaties misschien ook in de eigen collectie aanwezig waren. Het onderhoud van dit systeem kostte echter ook veel tijd en moeite. Pas toen de bibliotheek de mogelijkheid kreeg om computers en geschikte software aan te schaffen, kwam een serieuze oplossing in zicht.
(*). Deze
afkortingen staan voor de toenmalige landelijke koepelorganisaties voor
maatschappelijke zorg en welzijn: de Nationale Raad voor
Maatschappelijk Welzijn (NRMW), het Nationaal Centrum voor Geestelijke
Volksgezondheid (NCGV) en het Werkorgaan Integratie Jeugdwelzijnswerk
Nederland (WIJN). Het NRMW en het WIJN werden in 1989 opgeheven en
gingen op in een nieuwe organisatie, het Nederlands Instituut voor Zorg
en Welzijn (NIZW). Het NCGV fuseerde in 1996
met het NIAD (Nederlands Instituut voor Alcohol en Drugs) tot het
Trimbos Instituut.
In 2007 is het NIZW opgeheven. Het werk wordt voorgezet door een aantal
nieuwe instellingen: Movisie, Vilans, het Nederlands Jeugd Instituut
(NJi), en Stimulansz.
