In de bibliotheek was ik de opvolger
van Dhr. B.J. Raaff. Mijnheer Raaff stond in de ASCA-gemeenschap bekend
als een kleurrijke man. Zijn stelling was dat de meeste studenten erop
uit waren om met zo weinig mogelijk inspanning een zo gunstig mogelijk
resultaat te behalen. En waarom zou hij méér doen? Met zijn pensioen in
zicht had hij voor zichzelf de balans al opgemaakt. Goed beschouwd had
hij daar geen ongelijk in.
Af en toe werden er nog wat boeken aangeschaft, maar je kon je afvragen
wie die boeken nog zou lenen. Bezoekers waren er nauwelijks. Raaff had
zijn idealen ergens anders liggen. Hij vertelde enthousiast over de
metselcursus die hij in de avonduren volgde. Met die vaardigheid zou
hij later zelf zijn boerderijtje op Mallorca kunnen verbouwen.
Etikette
Op
sommige punten bleek Raaff onverwacht een Pietje Precies. Daar kon ik
waardering voor opbrengen. Voor de signaturen op de boekruggen
bijvoorbeeld gebruikte hij ouderwetse ovale etiketjes, die hij betrok
van een bevriende relatie bij de Universiteitsbibliotheek. Die
etiketjes werden op precies 2 cm van de onderrand van de boekrug
geplakt. Wanneer de boeken eenmaal
op de plank stonden moesten de etiketten netjes zijn uitgelijnd, anders
was het geen gezicht. Dat principe heb ik zelf nog
lange tijd volgehouden, maar dan met standaard (rechthoekige)
etiketten. Pas jaren later, sinds er boeken kant-en-klaar werden
geleverd via een bestelovereenkomst met de PBC Groningen, werd de
etikettenlinie definitief doorbroken. Vanaf dat moment zakte het etiket
tot op de onderrand van de boekrug.
Bibliotheekkommissie
Mijn
aanstelling was voorbereid door de Bibliotheek(k/c)ommissie. Daarin
hadden toen zitting: mw. Nel Duyvendak (adjunct-directrice), Felix Emke
(voorzitter), mw. L.F. (Bertje) Jens en vier studenten.
Ik herinner mij nog hoe Felix Emke, zwaaiend met een koeienbel, de
verzamelde menigte in de koffiekamer toesprak en mij introduceerde als
de nieuwe bibliothecaris. De Bibliotheekkommissie is achteraf bekeken
een van de langst levende overlegorganen binnen de ASCA geweest. Tot
aan de fusie in 1986 heeft de commissie zich - in wisselende
samenstelling - beziggehouden met uiteenlopende, grote en kleine
bibliotheekzaken.
Met een aantal collega's uit die tijd heb ik nog vele jaren vriendschappelijk contact onderhouden: o.a. met Bertje Jens (voormalig docent beroepsethiek bij de afdeling Maatschappelijk Werk) en Annie Mettau (oud-staflid bij de afdeling Kultureel Werk). Met Hans Hart de Ruyter (ex-docent agogiek bij de afdeling Inrichtingswerk) deel ik nog steeds mijn belangstelling voor stenen, mineralen en fossielen.
Filialen
Naast de bibliotheek in het hoofdgebouw beschikten vier afdelingen over een eigen 'afdelingsbibliotheek': de opleiding Personeelswerk (indertijd gevestigd in villa Gelria aan de Verlengde Hereweg), de opleidingen gezondheidszorg (villa Hilghestede aan de Verlengde Hereweg), de Voortgezette opleiding (Van Starkenborghstraat in Helpman) en de Middelbare beroepsopleiding Inrichtingswerk (Brugstraat). Afdelingsbibliotheken was een groot woord. Meestal ging het om een paar boekenkasten, ergens in een gang of een hoekje van een lokaal. Maar er werd wel prijs op gesteld dat er nu en dan enige controle plaatsvond en dat er nieuwe boeken werden gebracht. Dus stapte ik op gezette tijden op de fiets met een doos nieuwe aanschaf achterop, voor een bezoekje aan mijn 'filialen'.
Om mijn afwezigheid op te vangen had ik voor de bibliotheek in het hoofdgebouw een zelfbedieningsregeling bedacht. In de meeste gevallen bleek men zich daar - tot mijn eigen verbazing - redelijk goed aan te houden. Eigenlijk was het natuurlijk gekkenwerk om in je eentje vijf locaties te moeten bedienen. Aan de andere kant waren er weinig bezwaren als ik de bibliotheek eens een dag dicht deed voor een werkbezoek aan andere bibliotheken of collega's bij andere sociale academies. Een dergelijke gang van zaken zou tegenwoordig ondenkbaar zijn. Maar ik heb er nooit spijt van gehad dat ik die vrijheid toen flink benut heb.
