Zomer 1974 solliciteerde ik naar de vacature van bibliothecaris bij de sociale academie (ASCA) in Groningen. Ik gaf mijzelf niet veel kans. In Groningen stond immers ook een bibliotheek- en documentatieacademie. Maar tot mijn verrassing werd ik aangenomen. En meteen overviel mij een déjà vu gevoel.
De ASCA verkeerde namelijk in opperste staat van democratisering. Een soortgelijk proces had ik twee jaar eerder ook al meegemaakt, bij de subfaculteit andragologie van de Universiteit van Amsterdam. En daar had ik al snel mijn conclusies getrokken: wegwezen!
Bibliothecaris op een sociale academie
Bij de ASCA had ik gelukkig een heel concrete taak: nieuw leven brengen in de aanwezige bibliotheekvoorziening. Daar kon ik mee uit de voeten. Ten opzichte van de luidruchtige ontwikkelingen om mij heen bewaarde ik een zekere afstand. Ik voelde mij meer thuis in de rol van betrokken toeschouwer.
Die opstelling paste wel bij de locatie van de bibliotheek, op de tweede verdieping, de hoogste plek in het gebouw aan de Korreweg. Sommige studenten en docenten beschouwden de bibliotheek als een ivoren toren waar je alleen kwam als je ècht niet buiten dat ene boek kon. Voor anderen bleek de bibliotheek een welkome oase temidden van de hectiek op lager gelegen niveaus. Van een student kreeg ik eens de vraag of hij een paar hennepplanten op het balkon mocht zetten, omdat het daar zo'n mooi zonnig plekje was. Dat tekende de sfeer wel een beetje.
Voor mijzelf had deze plaats nog een andere betekenis: de fysieke aanduiding dat de bibliotheek er was voor àlle afdelingen, en letterlijk boven de partijen stond. Deze kritische afstand verhinderde niet dat ik mij door de jaren heen sterk verbonden voelde met dit instituut en zijn bewoners.
|
|
|
De Academie voor Sociale en Culturele Arbeid, vlak na de bouw in 1954. Foto is ongedateerd, gered uit het oud papier bij de verhuizing in 2000 naar het Zernikecomplex. Het gebouw waarin de sociaal-agogische opleidingen van de Hanzehogeschool zijn gehuisvest werd in 2008 vernoemd naar Marie Kamphuis (Marie Kamphuisborg). |
De ASCA
De geschiedenis van de ASCA is beknopt maar doeltreffend opgetekend in het boek: 'Rijkshogeschool Groningen, een geschiedenis met toekomst' (1991). Uitgegeven ter gelegenheid van het eerste lustrum van de RHG (1986-1991)
Afgaande op die beschrijving moet de ASCA lange tijd bekend hebben gestaan als een uiterst degelijke sociale opleiding. Vanaf de oprichting in 1943 tot 1970 droeg de academie het stempel van de eerste directeur, mevrouw M. (Marie) Kamphuis. Zij was een pionier van het maatschappelijk werk in Nederland. Met name introduceerde zij de methodiek van het social casework. Bovendien had zij veel aandacht voor professionalisering, kwaliteitsverbetering en internationalisering. Thema's die vandaag de dag nog bijzonder actueel zijn.
In haar memoires onder de titel: 'Kijken in de spiegel van het verleden' (1986) gaat Marie Kamphuis uitvoerig op deze onderwerpen in. Ook geeft zij haar eigen terugblik op het ontstaan van de Groninger School voor Maatschappelijk Werk, de latere ASCA. Marie Kamphuis werd in 1970 als directeur opgevolgd door Jan Hornstra.
Demokratisering
Eind jaren zestig was het duidelijk dat het maatschappelijk klimaat was veranderd. Echo's van de studentenopstand in Parijs (1968), en van de bezetting van het Maagdenhuis in Amsterdam (1969) waren ook in Groningen te horen. De directie van de ASCA stond goed beschouwd voor een onmogelijke opgave: het democratiseringsproces in goede banen leiden, zonder verlies van de in het verleden opgebouwde kwaliteit.
Jan Hornstra was echter een man met diplomatiek talent. Het lukte hem om de scherpe kantjes eraf te slijpen en echte chaos te vermijden. Uiteindelijk kwam het zelfs zover dat het ASCA-bestuur ruimte bood voor een vorm van medezeggenschap die verder ging dan de wettelijke voorschriften. De voorstanders van democratisering konden tevreden zijn.
Vage floepers
Toch bleven er enkele minpuntjes. Demonstraties, bezettingen en cartooneske onderwijsactiviteiten veroorzaakten vaak een allergische reactie bij het grote publiek. Sociale academies, dat waren toch die broeinesten van onruststokers? Of van geitenwollensokkentypes die jaren later nog model stonden voor welzijnswerker Sjakie in de film Flodder? Waar was al die sosjale aksie en sensitivity training nou eigenlijk goed voor? In een artikel in weekblad HP ('De floepers zijn op hun retour', 13-12-1975) schetste journalist Herman Vuijsje een indringend portret van de ASCA-samenleving. Daar konden insiders en critici wel even mee vooruit.
|
|
|
Het ASCA-gebouw, voorjaar 1991. Bovenin was de bibliotheek. Let op het transformatorhuisje links, met de strijdkreet 'Solidariteit'. |
Georganiseerde anarchie
Er was echter meer aan de hand dan een imagoprobleem. Aan het begin van de jaren tachtig was er weliswaar volop medezeggenschap, maar waar was de centrale regie gebleven? In feite had de directie zijn greep op de organisatie uit handen gegeven. De verschillende onderwijsafdelingen hingen in de praktijk als los zand aan elkaar. Hun autonomie mondde uit in een eilandencultuur. En de solidariteit die naar buiten toe vaak geestdriftig werd beleden was in de onderlinge verhoudingen soms ver te zoeken. Een onderzoek van de onderwijsinspectie uit 1985 wond er geen doekjes om en beschreef de situatie op sociale academies in termen van 'georganiseerde anarchie'. Treffender had men het niet kunnen verwoorden. De bedoeling van de kritiek was om voor de sociale academies een betere uitgangspositie te bereiken in het proces van Schaalvergroting, Taakverdeling en Concentratie (1983) dat als een tornado door het hoger beroepsonderwijs raasde. Negatieve beeldvorming moest worden bestreden.
Rijkshogeschool Groningen, Hanzehogeschool Groningen
Het valt echter te betwijfelen in hoeverre de STC-fusie
in 1986, waarbij de ASCA opging in Rijkshogeschool Groningen, inderdaad
een remedie was voor de al ver gevorderde desintegratie.
In 1993 kwam het tot een nieuwe fusie. De Rijkshogeschool Groningen
ging samen met de toenmalige Hanzehogeschool Groningen
(ontstaan uit de HEAO en de Pr. Julianaschool, opleiding voor voeding,
dietetiek en huishoudwetenschappen). De naam Hanzehogeschool,
hogeschool van Groningen had alles van een compromis tussen beide
fusiepartners. Maar in 1999 gebeurde wat menigeen al
verwachtte: er werd alsnog gekozen voor de
naam 'Hanzehogeschool Groningen'.
Sociale Studies (*)
Binnen de Hanzehogeschool zijn anno 2004 de contouren van de oude ASCA-organisatie nog steeds herkenbaar. In de faculteit Gamma zijn immers nog drie van de vier vroegere afdelingen aanwezig, al zijn de benamingen wat veranderd: Inrichtingswerk, nu Sociaal Pedagogische Hulpverlening (SPH); Maatschappelijk werk, nu Maatschappelijk Werk en Dienstverlening (MWD); Personeelswerk, nu Personeel en Arbeid (P&A). De opleiding Kultureel werk werd begin jaren negentig opgeheven.
Op papier is het dus nog steeds mogelijk om een eigentijdse variant van een sociale academie te construeren. Dat is minder vergezocht dan het lijkt. Er wordt alweer gesproken over een volgende reorganisatie, een terugkeer naar meer kleinschaligheid in de vorm van 'schools'. En ook gaat het over een nieuwe samenwerking tussen MWD en SPH. Waar dat toe leidt valt nog te bezien. Maar de ASCA is definitief geschiedenis.
(*) aug. 2008: De opleidingen zijn gebundeld in de Academie voor Sociale Studies, c.q. School of Social Studies. In naam verschilt dat inderdaad niet veel meer met de oude ASCA....
Meer:
Hermus, J. & Mik, J. (1991). De Rijkshogeschool Groningen: Een geschiedenis met toekomst... Groningen: Rijkshogeschool Groningen. ISBN 9053030204.
Kamphuis, M. (1986). Kijken in de spiegel van het verleden: Veertig jaar avonturen in en om welzijnsland. Deventer: Van Loghum Slaterus. ISBN 9060019687










